Vreugde en Wijsheid in het Nu

headerphoto

Archief van maart 2010

Mijn ervaringen met Zelfkennis – Deel 2

9 maart 2010

Als ik dan niet mijn gedachten was wat was ik dan wel? (VERVOLG VAN DEEL 1)

De Zelfkennis wat ik tot dan toe had was in de werkelijkheid de kennis van het beeld wat ik had van mijzelf ofwel de kennis van mijn zelfbeeld.
Hoe meer ik probeerde om iets toe te voegen of weg te halen uit mijn zelfbeeld hoe sterker het zelfbeeld werd. Ik merkte toen dat alles wat het zelfbeeld was, mijn “eigen” modificeren van dat zelfbeeld was door het al dan niet accepteren van iets wat in de omgeving plaatsvond en dat ik dat al deed zolang ik me kon herinneren.
Aangezien ik gezien had dat ik niet mijn gedachten was, kon ik ook niet het zelfbeeld zijn. Toen ik dat inzag kwam er een gevoel van bevrijding, bevrijding van de identiteit, bevrijding van de druk van “mijn” zelfbeeld. Tegelijkertijd gaf dat ook nieuwe vragen. Wie was ik dan wel?
Ik probeerde me te herinneren wat ik er in de boeken over gelezen had maar ik besefte me eveneens dat als ik dat wat de schrijvers in deze boeken schreven zou geloven ik weer bezig zou zijn met het creëren van een nieuw zelfbeeld.
Immers dat wat de schrijvers als de Zelf beschouwden waren hun eigen ervaringen en niet de mijne. Ik zou nooit de Zelf leren kennen als ik uitsluitend kopieerde wat anderen over de Zelf schreven.

Kon ik de Zelf wel leren kennen? Toen ik hier over nadacht merkte ik dat er iets mentaals in mijn Zelfkennis was, immers ik stond in mijn gedachten aan één kant en de Zelf aan de andere kant, deze ruimte, deze afstand die ik creëerde kon niets anders zijn dan een mentale constructie.
Alleen de waarneming zelf, de directe perceptie van dat wat is zou me de Zelf doen leren kennen.
De directe perceptie zat dus eigenlijk “achter” het zelfbeeld, of te wel de waarneming van het zelfbeeld.
Dat wat ik dacht te zijn, ofwel het zelfbeeld, was een “bekrompen” waarneming van dat wat is.
Het zoeken naar kennis van de Zelf was niets anders dan afkomstig vanuit deze bekrompen waarneming. Wat valt er te zoeken als de directe waarneming van dat wat is, alles is wat is?
Was ik die de Zelf wilde leren kennen en de Zelf niet één en dezelfde?
Dit alles gaf me vele antwoorden.

Ik merkte dat vele boeken en vele gesprekken gingen over verlichting maar wie moest dan verlicht worden? Was het zoeken naar verlichting niet afkomstig vanuit het zelfbeeld en dus een voortduring van het zelfbeeld? Immers in plaats van te zoeken naar verlichting is het niet de omgekeerde “weg”: het waarnemen van dat wat onverlicht maakt?
Immers de eigenlijke Zelf was niet de bekrompen perceptie van de Zelf of te wel het zelfbeeld, maar de Zelf zonder het zelfbeeld.
Ik besefte me dat in de waarneming zelf de vrijheid zit. De vrijheid van het al dan niet geconditioneerd zijn aan iets.
In de waarneming zelf zit ook de actie immers het zien van dat wat een illusie is doet de illusie doorzien.
Ineens zag ik ook wat de consequenties zijn van het niet inzien van iets wat een illusie is:  angsten, conflicten, vooroordelen en voor sommigen een ondraaglijk lijden.
Vrijheid is niet zozeer vrijheid van iets maar meer het doorzien van het mentaal vastzitten aan iets.
Geluk is niet zozeer het zoeken naar dat wat gelukkig maakt maar het directe inzicht van dat wat het geluk voorkomt.
Het zoeken naar geluk is één van de oorzaken van het niet gelukkig zijn, immers het zoeken naar geluk geeft aan dat geluk er op dat moment niet is en die visualisatie is daardoor op dat moment bevestigd.
De directe waarneming van het zoeken laat de illusie van het zoeken zien. De zoeker creëert de afstand, de ruimte, de tijd tussen dat wat is en dat wat hij zoekt. Er vind een “vlucht” plaats van het moment zelf.

De Zelf is dus niet te beschrijven als wat het is, het is gemakkelijker te beschrijven met wat het niet is.
Elke beschrijving van de Zelf is een concept van dat wat het is. Het woord “water” is niet het water. De beschrijving van water, het woord “water”, roept een gedachte op wat doet denken aan iets wat iemand anders “water” noemt maar water kan alleen worden gekend door de smaak te proeven, door het geluid van bewegend water te horen, door het aan te raken, door het te zien, de geur van het water te ruiken en zelfs als iemand al zijn zintuigen gebruikt om zonder concepten of vooroordelen water te leren kennen dan nog blijft de ervaring subjectief immers elk persoon gebruikt zijn zintuigen in een bepaalde verhouding en bepaalde intentie. Zo ook de kennis van de Zelf. De Zelf is niet te beschrijven, is dynamisch, is de waarneming zelf. Elke beschrijving hiervan is onjuist en vindt plaatst nadat de waarneming heeft plaatsgevonden. De ontkennende vorm is dus veel juister. We kunnen eerder aangeven wat de Zelf niet is. We kunnen daarom Zelfkennis als volgt beschrijven:
Zelfkennis is het zien van de illusies door voortdurende directe perceptie van dat wat is.
De vedanta spreekt over het “licht schijnen op illusionaire entiteiten”. Volgens de Vedanta is de Zelf (of ook wel Atman genoemd), het pure bewustzijn getuige van alle illusionaire entiteiten  (voor meer informatie zie het prachtige boekje “Self-Knowledge of Sri Sankaracarya” – Swami Nikhilananda).
De vedante gebruikt een mooie term voor alles wat de Zelf niet is: de niet-Zelf.
Krishnamurti zei ooit eens in een toespraak dat Zelfkennis een oneindig proces is. Op het moment dat je ziet dat het een oneindig proces is, is de mind vrij van het verleden en is de mind in staat om het onbekende te betreden. (New Delhi 6th public talk – 25 februari 1959)
Nisargadatta heeft het in zijn boek “I’am That” over dat Zelfkennis ontbinding is. De identificatie, het zelfbeeld zorgt voor een “bekrompen” beeld van dat wat is. Het doorzien van deze “bekrompenheid” is de vrijheid van het zelfbeeld en alles wat daarmee gepaard gaat.
Vorig jaar in heb ik in Frankrijk een toespraak van Thich Nhat Hanh gevolgd.
Thich Nhat Hanh had een hele mooie beschrijving van Zelfkennis en wel het diepe besef van inter-being of te wel een diep bewustzijn dat alles één is; in de ander zie ik mijzelf, zijn/haar adem is mijn adem, in de plant zie ik de wolken, in het papier zie ik de boom de wolken en de zon.
Alles is met elkaar verbonden en dit bewustzijn kan er alleen zijn als het zelfbeeld, de identiteit er niet is, immers de identiteit creëert de afscheiding. De waarnemer en de waarneming is één en hetzelfde.
Ofwel afsluitend met een citaat van Thich Nhat Hanh:
The waves do not exist outside the water. If you know how to touch the waves, you touch the water at the same time.

Remon